Passie

30-06-2011

 

Interview met Hairdresser of the Year 2011: Hester Wernert

Hester Wernert is nog niet eens bekomen van het feit dat ze Hairdresser of the Year 2011 is
geworden, en van haar interview in het tv-programma van Paul de Leeuw, als Coiffure haar een paar dagen na haar overwinning spreekt. Ze vertelt dat ze nog niet eens een moment heeft gehad om de overweldigende bloemenzee te aanschouwen in de salon Mogeen in Amsterdam, die zij samen met zakelijk partner Siko van Berkel runt. Gelukkig had ze wel even tijd voor een openhartig moment.

Een standaard vraag, maar hoe voelt de overwinning en had je dit verwacht?
“Poeh! Zo voelt het: poeh! Het is een ontlading. Je doet ieder jaar mee en dan win je de Overall Award. Ik had het zeker niet verwacht, maar stiekem hoop je natuurlijk wel dat jij degene bent die de grootste award mee naar huis neemt! Maar je kunt nergens op rekenen. Je weet niet hoe mensen reageren op je collectie en wie er in de jury zit. Het moet maar net aanspreken. Ik stond wel voor de volle honderd procent achter mijn collectie.”

Op het podium haalde je aan dat het creëren van een regiocollectie lastig is vanwege hetcommerciële aspect dat erin moet zitten. Zit je bij je winnende collectie tegen de grens aan of zou je commerciëler kunnen, maar verlies je dan jezelf?
“Dat laatste. Ik zou mezelf verliezen en ik zat hier wel echt tegen de grens aan te werken. Editorialwerk is wat mij het beste ligt en ik had er misschien voor mezelf nog iets meer ‘editorialitems’ in willen verwerken. Maar kijk nu! Er staat een mooie collectie. Die wellicht ook andere kappers of haarstylisten inspireert. Volgens mij was dat zeker het geval, want er kwamen heel veel mensen op mij af om complimenten te geven. Het is natuurlijk fantastisch dat dit bestaat. De Coiffure Award biedt een platform voor kappers zodat je je skills kan laten zien, maar daarnaast ook mensen kan inspireren. Dat is voor mij een reden waarom je ‘haar’ maakt.”

Zie je binnen jouw collecties verbeterpunten of ben je meteen tevreden?
“Nee, echt niet! Ik zie altijd verbeterpunten. Als ik namelijk iets gemaakt heb, ben ik op dat moment in euforie, maar dan kijk ik er later naar en dan denk ik ‘Oh, ik had dat anders
moeten doen’. Ik wil niet zeggen dat ik een perfectionist ben. Omdat ik imperfectie juist perfect vind, maar er moet wel over nagedacht zijn. Dan zit er een haartje verkeerd, maar dan is het wel met een bepaalde bedoeling en visie gebeurd.”

Waar ben je begonnen? Waar liggen jouw roots?
“Ik ben op mijn vijftiende begonnen in het kappersvak en op mijn 21ste startte ik met haarstyling. Dat is toch wel een wezenlijk verschil met het kappen van haar.”

Hoe ben je hierin terecht gekomen?
“Een vriend van mij vroeg of ik de make-up wilde doen voor een reclame. Toen zei ik dat helemaal geen make-up kon doen. Waarop hij antwoordde: ‘dan moet je dat maar gaan leren!’
Ik heb bij The House of Orange de make-upschool gedaan en daar kwam ik in contact met John Kattenberg (oprichter House of Orange, red). Hij sprak met zoveel passie over mode en toen ging bij mij de knop om. Ik wilde meer, en iets anders met mijn leven en graag naar het buitenland. Ik was met het knippen begonnen op mijn vijftiende. In de salon heb ik steeds mijn grenzen verlegd: van het knippen naar het kleuren, van trainingen geven naar bedrijfsleider zijn. Ik was toen pas achttien! Maar er kriebelde iets en ik moest weer verder. Achteraf kan ik wel zeggen dat John Kattenberg en Vito mij de richting in hebben gestuurd, waar ik nu met veel plezier en passie in werk.

Ik merkte op een gegeven moment dat ik haarstyling veel leuker vond en toen ben ik ook echt gestopt met het kappersvak. Ik ben naar Zuid-Afrika gegaan. Daar heb ik een paar maanden
gewoond en heb ik een korte periode haar en make-up moeten doen, terwijl ik daar helemaal niet zo goed in was. Ik heb ooit bij een opdracht gestaan met een model met kroeshaar en ik wilde perse mijn skills laten zien. Dus ik heb druk staan ploeteren om dat haar stijl te krijgen en dat lukte niet. Na anderhalf uur kwam de klant kijken en die vroeg of ik het haar niet beter nat kon maken. Tja…ik was 22 jaar. Wat voor ervaring had ik! Het was wel het moment dat ik er bewust van werd dat ik geen dingen moet doen die ik niet kan, maar gewoon dichtbij mezelf moet blijven. Dat is ook wat wij leren op de Haarschool: ga niet iets doen wat je niet kunt. Als je op de set staat, kun je dit niet maken. Alleen als je met een team staat, waarmee je vaker hebt gewerkt, kun je zeggen dat je iets wilt uitproberen. Maar doe het nooit bij een klant. We hameren zo enorm op de basics, zodat je kunt dromen waarom je op een bepaalde manier een tang vasthoudt, waarom je bepaalde producten gebruikt om het gewenste effect te krijgen. Pas dan kun je van iets kleins, waar je alle details van kent, opbouwen naar iets groots. Andersom werkt echt niet. Dan kun je zes uur bezig zijn met een kapsel en daar heeft een klant geen tijd voor.”

Hoe ben je in contact gekomen met de modeglossy’s in Nederland?
“Pas op mijn vierentwintigste ben ik bij de House of Orange gaan werken. Toen ben ik als haarstyliste voor diverse bladen opdrachten gaan doen. Mijn eerste blad was Elle. Daar moest ik dan geen haar voor doen, maar make-up. Dat vond ik natuurlijk heel spannend. De make-up was heel grafisch en dat kwam ook weer terug in het haar. Op het moment dat ik met kleuren moest gaan blenden, zag het eruit alsof ik iemand een blauw oog had geslagen! Op een gegeven moment werd ik alleen voor het haar geboekt. En dat maakte op dat moment wel een onderscheid. Er waren toen niet veel haarstylisten in Nederland én de mindset ging veranderen van ‘haar en make-up’ naar alleen haar of alleen make-up. Ja, toen was de stap eigenlijk snel gezet. Mijn passie ligt bij haar!”

Zijn er in die periode mensen die jou hebben gestuurd? Of je een richting op hebben geduwd?
“Nee, dat heb ik zelf gedaan. Dat is eigenlijk wel logisch. Tot 12 jaar geleden werden de fotograaf en de stylist benoemd in producties. Heel langzaam is daar een verschil in gekomen dat het hele team de credits kregen. Ik denk dat ik wel op het juiste moment ben begonnen. Toen ik rond de  26 was, ben ik Eugene (Eugene Souleiman, red.) gaan assisteren. Vanaf dat moment ben ik wel een betere haarstylist geworden. En toen dacht ik ook wel van: ‘ik had eerder geboren moeten worden!’ Dan had ik misschien wel al wat langer met hem kunnen werken dan nu. Ik vind dit wel een goed moment om hem te bedanken. Mag dat? Ik was dat vergeten op het podium. Eugene, if you read Coiffure Magazine. Thank you very much for your endless support, craftsman, shift and for being the person you are!

Hoe belangrijk is Eugene Souleiman voor jou?
”Heel erg belangrijk! Hij heeft gezorgd voor waar ik nu sta. Hij is voor mij de allergrootste inspirator. Jaren voordat ik in zijn team kwam, heb ik zijn werk gevolgd. Zoals je ziet in mijn werk, houd ik van grafisch haar, van groot, dingen die ondenkbaar zijn om te maken. Eugene is ook iemand die altijd ‘gek’ haar maakt, maar wel heel smaakvol. Naast dat hij een vakman is in hart en nieren, is het ook nog eens een mooi persoon. Hij is persoonlijk. Ik heb heel veel respect voor die man. Hij deelt ook echt kennis met zijn teamleden, maar ik zou nooit en te nimmer zijn werk kopiëren. Dat zou ik niet over mijn hart kunnen verkrijgen. Hoewel ik dat wel zie gebeuren. Deze mensen leren je technieken en dan vind ik dat je het respect moet opbrengen om die technieken pas over tien jaar en in je eigen vorm te gebruiken. Maar nu zeker niet! Dat is zijn handtekening en ik vorm die van mezelf. Maar iedere sessie leer ik zo immens veel van hem. Het gaat verder dan leren, vertrouwen en vakmanschap.”

Waar haal jij de inspiratie en technieken dan vandaan?
“Oeh…de bibliotheek, kunstboeken. Voor mij heeft het niet altijd alleen met haar te maken. Dat kan ook een natuurfilm zijn die ik bekijk, of dat ik nu met jou hier buiten zit en kijk naar de bladeren van de bomen, de beweging en de lichtval. Dat kun je bijvoorbeeld ook goed zien in mijn tweede winnende serie. Mother Nature is een grote inspiratiebron: wind, aarde, water.
De vloeiende bewegingen van het blonde haar. Dat kun je zien als wind die door de bomen gaat of door een graanveld. Het grappige alleen van deze foto is, dat we totaal geen wind hebben gebruikt! Iedere golf, iedere krul is geplaatst. Geen zuchtje wind is er aan te pas gekomen. En dan kom je weer terug op het leren van stylingtechnieken. Verder fotografeer ik alles wat mijn aandacht trekt. Op mijn computer heb ik mapjes van alle jaren en daar sla ik beelden in op. Dat kan ik soms na jaren weer eens gebruiken, maar zo leg ik voor mezelf een database aan inspiratie vast.”

Je doet best veel: editorialwerk, de salon, Mogeen de Haarschool, en je hebt ook een privéleven. Is er nog iets dat op je wish list staat?
” Samen met Siko run ik de Mogeen salon en Mogeen de Haarschool. Wij zijn yin en yang. Maar ik heb natuurlijk ook een privébasis, die ik niet mag vergeten! Ik heb een fantastische familie en een heel lieve man. Die zelf ook precies weet hoe het is om je passie te volgen en dat je elkaar soms weken niet ziet. Hij is eigenaar van Lion Noir (restaurant in Amsterdam, red.) en weet dat ik keihard moet werken. Ik ben druk in de salon en met mijn editorialwerk. Ik zou toch graag aan dat laatste meer tijd willen besteden. Ik haal daar zoveel voldoening uit.”

Ga je volgend jaar weer meedoen aan de Coiffure Award?
“Ja, ik zei altijd: ‘Als ik Hairdresser of the Year ben geworden, dan hoeft het niet meer’. Maar eerlijk gezegd lokt die Hall of Fame titel ook wel weer! We zullen zien!”

 

Nieuwsoverzicht
Foto's uitreiking 2017